010 419 4166

Soorten vaarbewijs

Welke vaarbewijzen zijn er:

 

·        Klein vaarbewijs I.

·        Klein vaarbewijs II.

·        groot pleziervaartbewijs.

·        Beperkt groot vaarbewijs I. beroepsvaart

·        Beperkt groot vaarbewijs II.beroepsvaart

·        Groot vaarbewijs B. beroepsvaart

·        Groot vaarbewijs A. beroepsvaart

 

Betekenis van de toevoeging I of B achter het woord "vaarbewijs":

 

Voor de vaart op rivieren, kanalen en meren met uitzondering van Westerschelde, Oosterschelde, Waddezee, Eems, Dollard, IJsselmeer, IJmeer en Markermeer is de schipper  in het bezit van een van de volgende vaarbewijzen:

·        kleinvaarbewijs I

·        groot pleziervaartbewijs

·        beperkt grootvaarbewijs I

·        groot vaarbewijs B

 

Betekenis van de toevoeging II of A achter het woord "vaarbewijs":

 

Voor de vaart op alle binnenwateren, is de schipper in het bezit van een van de volgende vaarbewijzen:

·        klein vaarbewijs II

·        groot pleziervaartbewijs

·        beperkt groot vaarbewijs II

·        groot vaarbewijs A

 

Wanneer klein vaarbewijs:

 

·        Pleziervaart van 15 meter tot 25 meter.

·        Schepen die kleiner zijn dan 15 meter, maar met eigen motor sneller varen dan 20 km door het water.

·        Sleepboten, duwboten en sleepduwboten van 15 tot 25 meter, die volgens verklaring als pleziervaartuig worden gebruikt.

·        Beroepsvaart vanaf 15 meter tot 20 meter, met uitzondering: van passagiersschepen en veerponten die bestemd zijn of  worden gebruikt voor het vervoer van meer dan 12 passagiers.

 

Wanneer groot pleziervaartbewijs:

 

·        Die verkregen zijn op in het kader van de overgangsregeling hebben  het onderscheidt tussen rivieren en kanalen groot pleziervaartbewijs I  en vaart op alle binnenwateren groot pleziervaartbewijs II

·        Groot pleziervaartbewijs buiten de overgangsregeling is gedig voor alle binnenwateren.

·        Voor pleziervaart van 25 meter tot 40 meter.

·        Sleepboten, duwboten en sleepduwboten van 25 tot 40 meter, die volgens verklaring als pleziervaartuig worden gebruikt.

·        Beroepsvaart vanaf 15 meter tot 20 meter, met uitzondering:  van passagiersschepen en veerponten die bestemd zijn of  worden gebruikt voor het vervoer van meer dan 12 passagiers; en of sneller dan 30km/per uur kan varen.

·        En de schepen waar je met kleinvaarbewijs mee mag varen.

 

Wanneer beperkt groot vaarbewijs:

 

·        Beroepsvaart vanaf 20 meter tot 40 meter.

·        Sleepboten, duwboten en sleepduwboten van 25 tot 40 meter, die volgens verklaring als pleziervaartuig worden gebruikt.

·        Met uitzondering:
van passagiersschepen en veerponten die bestemd zijn of worden gebruikt voor het vervoer van meer dan 12 passagiers en of door eigen motor sneller dan 30 km door het water kunnen.

·        Pleziervaart van 15 meter tot 25 meter.

·        En de schepen waar je met klein vaarbewijs en

·        groot pleziervaartbewijs mee mag varen.

 

Wanneer groot vaarbewijs:

 

·        Is verplicht voor beroepsvaart en pleziervaart van 40 meter of langer en passagiersschepen.

·        En de schepen waar je met klein vaarbewijs, groot pleziervaartbewijs en beperkt grootvaarbewijs mag varen.

 

Copyright © 2018 Blad Rijopleidingen